Nieuws

Ruimte maken voor de samenleving voorbij het publieke domein

Een van de basisprincipes van de Inclusieve Stad is dat iedereen gelijke toegang heeft tot de mogelijkheden en voorzieningen die de stad biedt. Om die gelijke toegang te garanderen, streeft de gemeente Rotterdam naar gemengde stedelijke milieus. Gemengde collectieve huisvesting stelt bewoners met verschillende inkomens en achtergronden in staat om collectieve ruimten te delen - waardoor ze met elkaar in contact kunnen komen, ervaringen kunnen delen en hiermee toegang hebben tot kansen. Met deze aanname in het achterhoofd vroegen wij ons af: waarom lukt het Rotterdam niet om gemengde collectieve huisvesting te ontwikkelen? Waarom zouden ze dat wel moeten doen? En welke barrières moeten daarvoor worden overwonnen?

Door middel van ontwerpend onderzoek, in samenwerking met de Gemeente Rotterdam, hebben we in kaart gebracht hoe gemengd collectief wonen eruit ziet, welke typen collectieve woonvormen ontwikkeld kunnen worden en welke beleidsinstrumenten daarvoor nodig zijn. Dit onderzoek is mede mogelijk gemaakt door het Stimuleringsfonds Creatieve Industrie NL.

Waarom collectief wonen?

Het realiseren van gemengde stedelijke milieus zou niet alleen betekenen dat mensen met verschillende inkomens en achtergronden verspreid over buurten wonen, waardoor de fysieke afstand tot voorzieningen gelijk wordt getrokken. Het zou ook betekenen dat er ruimte is voor toevallige ontmoetingen (tussen mensen van verschillende sociale groepen). Toevallige ontmoetingen kunnen bijdragen aan het versterken van het onderlinge vertrouwen in een buurt - wat weer kan leiden tot nieuwe kansen. 

In ons vakgebied is coöperatief wonen als een betaalbare huisvestingsoplossing voor de lange termijn inmiddels een bekend concept. Een wooncoöperatie is een autonome organisatie van individuen die zich vrijwillig verenigen om in hun gemeenschappelijke woonbehoeften en -wensen te voorzien via een onderneming zonder winstoogmerk, die zij gezamenlijk bezitten en exploiteren, en die zij democratisch besturen. Aangezien de coöperatie geen winstoogmerk heeft, kan haar onroerend goed niet als handelswaar worden behandeld. Inkomsten die door het coöperatieve project worden gegenereerd, worden niet als winst genomen, maar opnieuw geïnvesteerd in het systeem zelf (Operatie Wooncoöperatie, Arie Lengkeek en Peter Kuenzli, 2022). Zo bouwen coöperaties in de loop der tijd kapitaal op dat kan worden geïnvesteerd in nieuwe woningbouwprojecten, zoals is gebeurd in het geval van het Zollhaus in Zürich. Dit project is ontwikkeld door Genossenschaft Kalbreite met geld dat is verdiend met hun woningbouwproject dat dezelfde naam draagt.

Waarom gaat het ons, stedenbouwkundigen, aan?

Experimenteren met collectieve woonvormen is niet nieuw voor de architectuurdiscipline. Maar tegen de tijd dat de architect de opdracht krijgt om een woonproject te ontwerpen, , zijn er al veel keuzes vastgelegd die niet in het voordeel werken van een collectief ontwerp. Als stedenbouwkundig ontwerpers beïnvloeden wij de kwaliteit van woonprojecten al in een vroeg stadium. Hoewel ruimtelijke principes die collectiviteit bevorderen uitgebreid zijn bestudeerd op architectonische schaal, is ons begrip van de invloed van deze principes op het stedenbouwkundig ontwerp (en vice versa) nog beperkt. Daarom richtten we ons op de onderzoeksvraag: wat kunnen stedenbouwkundigen doen om collectiviteit te stimuleren?

Typologieën

Stedenbouwkundigen leggen de randvoorwaarden voor collectiviteit vast door bepaalde belangrijke aspecten vast te leggen, zoals de overgangen tussen publiek-privaat of de gewenste GBO - BVO verhouding. Bepaalde bloktypologieën zijn meer geschikt om collectieve woonprojecten in onder te brengen dan andere. We tonen daarom bloktypologieën die collectieve woonprojecten kunnen faciliteren, bijvoorbeeld door voldoende ruimte te bieden voor ontsluiting, collectieve ruimten en (openbare) buitenruimten.

Ruimtelijke principes

Interviews, literatuuronderzoek en de analyse van referentieprojecten hebben geleid tot de ontwikkeling van acht ontwerpprincipes waarmee rekening moet worden gehouden om collectiviteit in stedelijke ontwikkelingen te bevorderen.