Cityförster, PosadMaxwan en de gemeente Rotterdam presenteren Carbon-Based Urbanism: een nieuw onderzoeksrapport dat de CO₂-voetafdruk van vier stedelijke typen onderzoekt voor de domeinen Gebouw, Gebied, Gebruiker. Download het onderzoek.

Carbon-Based Urbanism positioneert stedenbouw als een belangrijke lens voor het reduceren van CO₂-uitstoot. Waar het huidige debat in de bouwsector zich grotendeels richt op de schaal van gebouwen, biedt dit onderzoek een meer holistisch perspectief door de link te leggen met gebruikers en hun leefstijlen. Het onderzoek laat zien hoe de gebouwde omgeving kan bijdragen aan het verminderen van emissies, niet alleen binnen de bouwsector maar in de hele stad, en kan bijdragen aan goed geïnformeerde beslissingen gedurende het hele planningsproces.
Met de onderzoeksvraag: ‘Wat is de rol van stedenbouw in de CO₂-impact van gebouw, gebied en gebruiker in nieuwe woonbuurten?’, analyseert de studie twaalf casestudies in Rotterdam, ingedeeld in vier stedelijke typen: hoogstedelijk, stadsblok, tuinstad en uitbreidingswijk, en beschouwt ze alsof ze nieuw gebouwd worden. Voor elke case study wordt de jaarlijkse CO₂-voetafdruk per persoon berekend voor Gebouw, Gebied en Gebruiker, onderverdeeld in negen uitstootcategorieën. Deze aanpak kijkt verder dan energieverbruik en materiaalkeuze en bevat ook de openbare ruimte, infrastructuur, mobiliteit, autobezit, de consumptie van voedsel en spullen, en vakantiereizen. Met statistische analyses worden correlaties getest tussen buurtkenmerken en uitstootpatronen, waardoor inzichtelijk wordt welke stedelijke contexten relateren aan hogere of lagere emissies.
Uitbreidingswijken zijn de grootste uitstoters
De vier typen variëren van dichtbevolkte, gemengde binnenstedelijke gebieden tot minder dichtbevolkte uitbreidingswijken. De verschillende leefomgevingen worden duidelijk weerspiegeld in hun CO₂-voetafdruk. Een opvallend verschil van 43% is te zien tussen de casestudies met de laagste en hoogste uitstoot, variërend van 7.127 kgCO₂eq per persoon per jaar (tuinstad) tot 10.184 kgCO₂eq per persoon per jaar (uitbreidingswijk), met een gemiddelde van 8.337 kgCO₂eq. Ongeveer 15% van de totale uitstoot wordt veroorzaakt door de gebouwde omgeving, en 85% van gebieds- en gebruikers emissies.
Na 5-8 jaar CO₂-uitstoot door gebruik hoger dan bouwemissies aan de voorkant
De emissiecategorieën verschillen ook in timing. Materiaalgebonden emissies voor het gebouw en het gebied vinden direct plaats tijdens de bouw, terwijl de lifestyle emissies zich in de loop der tijd opstapelen. Binnen 5 tot 8 jaar vindt er een omslagpunt plaats: de materiaalgebonden emissies die tijdens de bouw zijn uitgestoten worden ‘ingehaald’ door de emissies die voortkomen uit de gebruiksfase. Tegelijkertijd zijn deze twee ook aan elkaar gerelateerd: hoe we bouwen heeft ook invloed op hoe de woonbuurt vervolgens gebruikt wordt (denk aan de afstand tot voorzieningen en het OV-aanbod i.r.t. autobezit en -gebruik). Daarom is een gecombineerd perspectief essentieel voor het maken van ontwikkelkeuzes volgens een Carbon-Based Urbanism benadering.
De grootste impact zit in de gebruiksfase
De grootste emissiecategorieën zijn vakantiereizen, voeding en spullen, gevolgd door mobiliteit, operationele en materiaalgebonden emissies van de woning, autobezit, openbare ruimte en infrastructuur. Elke categorie heeft verschillende oorzaken en vraagt dus om specifieke reductiestrategieën. Hoewel buurtkenmerken niet altijd directe oorzaken zijn van CO₂-uitstoot, komen er statistisch aangetoonde correlaties naar voren, met name tussen dichtheid, functiemix en mobiliteitsemissies. Significante correlaties zijn er ook tussen inkomen en consumptie emissies, evenals met stedelijke kenmerken. Lifestyle emissies moeten daarom niet alleen worden beschouwd als afhankelijk van inkomen, maar de buurt kan juist dienen als relevant perspectief om gebruikersemissies te reduceren.
Een multidisciplinaire aanpak
Een Carbon-Based Urbanism aanpak vereist een multidisciplinaire aanpak. CO₂-uitstoot speelt momenteel slechts een beperkte rol in ontwikkelprocessen. Inzichten onderbouwd met data en beter begrip van oorzaken van emissies helpen. Beleidsinstrumenten zoals omgevingsplannen en mobiliteitsstrategieën kunnen de voorwaarden scheppen voor Carbon-Based Urbanism door middel van locatiekeuzes, sectoroverschrijdende reductiedoelstellingen en data-gebaseerde duurzaamheidsdoelen. Collectieve doelen, coördinatie tussen gemeenten en ontwikkelaars, en gedeelde definities en berekeningsmethoden zijn essentieel voor de implementatie van een consistente en effectieve aanpak van Carbon-Based Urbanism.
Lanceerevenement
Op 23 januari werd het onderzoeksrapport gepresenteerd tijdens een lanceerevenement in het Keilepand in Rotterdam. De lancering bestond uit bijdragen van Wout van der Heijden (Kickstad), Mattijs van Ruijven, Wouter Streefkerk en Emiel Arends (Gemeente Rotterdam), Martin Sobota en Valerie Heesakkers (Cityförster), Megan Visscher en Han Dijk (PosadMaxwan), Arjan Harbers (Planbureau voor de Leefomgeving), Halina Veloso e Zarate (TU Delft), Arie Lengkeek (ERA Contour), Maaike Perenboom (Synchroon) en Laetitia Nossek (Dutch Green Building Council). Na afloop van de lancering werd het rapport overhandigd aan Chantal Zeegers (wethouder Klimaat, Bouwen en Wonen, gemeente Rotterdam), Francesco Veenstra (Rijksbouwmeester) en Bianca Seekles (lid raad van bestuur, TBI Holdings).














